De compressie van videogegevens zorgt voor de reductie van het bestandsformaat van videofilms zodat – in vergelijking met een niet gecomprimeerd videoformaat – de gegevensoverdracht sneller is en voor de opname minder geheugen nodig is. Er zijn verschillende compressiemethodes, waarvan MPEG en PJPEG het meest worden gebruikt.

Voorbeelden voor compressiemethodes:

MPEG-compressie werkt volgens het principe, dat in de opeenvolgende beelden van een video meestal het grootste deel van de beeldgegevens gelijk zijn en dat deze niet voor elk beeld volledig te hoeven worden opgeslagen. De MPEG-codec vormt zogenaamde beeldgroepen, waarin het eerste sleutelbeeld exact wordt opgeslagen en de daaropvolgenden worden geïnterpreteerd. Hiermee is een grote gegevenscompressie mogelijk, het snijden van de video is echter alleen op de sleutelbeelden mogelijk.

Bij de MJPEG-compressie (=MotionJPEG) wordt daarentegen elk afzonderlijke beeld onafhankelijk van de beweging met JPEG gecomprimeerd. Zo wordt een video-clip als sequentie van JPEG-beelden gecodeerd en snijden is bij elk beeld mogelijk. De kwaliteit van de video-opnames is hoog en komt bij 3 MB/sec. ongeveer overeen met S-VHS. Digitale videocamera’s maken meestal gebruik van de MJPEG-standaard.

Andere compressiemethodes zijn bijv.:

MPEG-1, MPEG-2, MPEG-4, H.263, H.264/AVC

Article number